“Het kwam uit het niets.”
Meer dan drie maanden was hij abstinent geweest. Niet omdat hij dat zo graag wilde, maar omdat hij tot de conclusie was gekomen dat hij niet anders kon. Bjorn was 48 en zei tijdens onze eerste kennismaking: “Ik heb het level van bullshitten inmiddels wel uitgespeeld.” Jarenlang had hij geprobeerd grip te krijgen op zijn alcoholverslaving. Minderen. Alleen in het weekend drinken. Een tijdje helemaal niet. Afspraken maken met zichzelf. Elke keer geloofde hij dat het deze keer anders zou gaan, maar de uitkomst was steeds dezelfde. “Ik kan gewoon niet met alcohol omgaan.” Een half jaar geleden stuurde hij me een e-mail. Kort daarna begonnen we samen aan zijn herstel. Drie maanden lang had hij geen druppel alcohol gedronken en eigenlijk ging het verrassend goed. Tot afgelopen weekend. “Het is weer misgegaan,” zei hij met een diepe zucht. “Nu voelt het alsof ik weer terug bij af ben.”
Leestijd: 4 minuten
“Ik ben zo’n eikel. Echt ongelofelijk dat het wéér gebeurt.” Daarna volgde een lange opsomming van alles wat er mis was met hem. Dat hij zwak was. Dat hij zijn vriendin opnieuw had teleurgesteld. Dat hij niet begreep waarom hij alles wat zo goed ging weer op het spel had gezet.
De dag erna ontving ik een appje van een andere cliënt met een pornoverslaving, met bijna letterlijk dezelfde boodschap. ”Hoi Erik, ik heb een terugval gehad op vakantie…ik baal hier enorm van, voel me schuldig, voel me zwak dat ik dit niet heb kunnen weerstaan. Het ging zo goed in de relatie en we hadden het echt fijn. Ik begrijp niet waarom ik dit allemaal op het spel zet.”
Het viel me op hoe weinig het bericht over de pornoverslaving ging. Net als bij Bjorn ging het vooral over schuld, schaamte en zelfverwijt.
Zelfverwijt
Na een terugval van verslaving richten veel mensen hun pijlen direct op zichzelf. Ze kijken vooral naar wat de terugval volgens hen bewijst: dat ze zwak zijn. Dat ze het nooit zullen leren. Dat ze hopeloos zijn. In onze herstelgroepen zie ik na een terugval vaak nog iets anders gebeuren. We stellen dan de vraag: “Wat heb je hiervan geleerd?” Opvallend genoeg luidt het antwoord regelmatig: “Dat ik het nooit meer moet doen.” Maar eerlijk gezegd is dat zelden de belangrijkste les. Die kenden we al. Een terugval leert ons zelden dát we niet meer moeten gebruiken. De waarde van een terugval zit vaak ergens anders. Niet omdat hij bevestigt wat we al wisten, maar omdat hij iets zichtbaar maakt wat we daarvoor nog niet zagen. Zelfverwijt sluit het onderzoek, maar nieuwsgierigheid opent het.
━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━ ○ ━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━
"Niemand heeft een terugval nodig om te ontdekken
dat alcohol, porno of cocaïne problemen veroorzaakt."
━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━ ○ ━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━
Een gewone week?
“Vertel eens." Bjorn vertelde hoe hij vrijdagavond met een paar vrienden naar de kroeg was gegaan. Dat had hij eerder ook gedaan. Toen ging het goed. Zijn vrienden weten dat hij niet drinkt. Maar deze keer gebeurde iets vreemds. Hij was degene die steeds naar de bar liep om drankjes te halen. Voor zichzelf bestelde hij water. En wodka. Die gooide hij stiekem bij het water. Na een uur reed hij naar huis. Onderweg stopte hij bij de avondwinkel. “Weet je wat zo raar is?” zei hij. “Ik drink normaal niet eens wodka.” Het is verleidelijk om dáár de verklaring te zoeken. De kroeg was de trigger. Dus moet hij voorlopig maar niet meer naar de kroeg. Dat kan zeker slim zijn, zeker in het begin van herstel. Maar voor mij was daarmee de belangrijkste vraag nog niet beantwoord.
“Neem me eens mee. Hoe zag de week vóór die vrijdag eruit?” “Gewoon een normale week. Niks bijzonders.” Ik vroeg hem hoeveel spanning of onrust hij voelde toen hij die vrijdagavond de kroeg binnenliep. Als een terugval een 10 zou zijn, waar zat hij dan op dat moment? “Een vier of vijf,” zei hij. Dat betekende dus dat een vier of vijf voor hem voelde als een gewone week. En dan is het niet zo gek dat we bepaalde signalen gemakkelijk missen. Een vier of vijf voelt voor de meeste mensen als normaal. We functioneren nog. We gaan naar ons werk. We spreken af met vrienden. We denken niet dat we op het punt staan om terug te vallen.
Een opeenstapeling van kleine dingen
“Waar kwam die vier of vijf vandaan?” Hij moest even nadenken. “Druk op mijn werk,” zei hij. “Ik heb een paar nieuwe zaken gekregen die ik nog nooit eerder heb gedaan.” “Oké. Nog iets?” “Ja… ik ben drie maanden geleden verhuisd. Ik leef eigenlijk nog steeds half tussen de dozen. Ik heb nog geen gordijnen, dus ik word iedere ochtend veel te vroeg wakker.”Hij glimlachte. “Ik ben trouwens ook aan het daten. Maar eerlijk gezegd weet ik niet of dit een goed moment is. Ik ben teveel met haar bezig en raak mezelf kwijt.” Langzaam ontstond er een ander beeld van die ‘gewone week’. Geen grote crisis. Geen dramatische gebeurtenis. Maar wel een opeenstapeling van kleinere dingen die allemaal iets van hem hadden gevraagd.
Op zoek naar controle
Misschien is dat wel precies waarom we de eerste signalen zo gemakkelijk missen. In de praktijk zie ik dat een terugval zelden ontstaat door één grote gebeurtenis. Veel vaker zie ik hoe een reeks kleinere veranderingen langzaam de druk opvoert. Een drukke periode op het werk. Slechter slapen. Een verhuizing. Een nieuwe relatie. Minder tijd om op adem te komen. Geen van die dingen veroorzaakt op zichzelf een terugval. Maar samen kunnen ze ervoor zorgen dat iemand langzaam uit balans raakt.
Toch richten we onze aandacht meestal pas op het moment waarop de craving voelbaar wordt. Dan willen we weten hoe we die craving kunnen verminderen. Hoe we onszelf kunnen tegenhouden. Hoe we op dat moment weer controle krijgen. Dat is een begrijpelijke vraag. Maar het is een beetje alsof het waarschuwingslampje van je auto gaat branden en je alleen wilt weten hoe je het lampje uit krijgt, zonder nieuwsgierig te worden naar waarom het eigenlijk is gaan branden.
Kijken we naar het verkeerde moment?
Veel terugvalpreventie richt zich op het zichtbare deel van een terugval: de trigger, de craving, het eerste glas, de eerste klik of de eerste gok. Dat is logisch, want dáár zien we dat het misgaat. Maar volgens mij kijken we dan naar het verkeerde moment. Wat als de craving niet het begin van een terugval is, maar juist het moment waarop een proces zichtbaar wordt dat al dagen of misschien zelfs weken eerder in gang is gezet?
Als we na een terugval samen terugkijken, zie ik namelijk zelden dat iemand ineens van nul naar tien ging. Veel vaker begon het bij een vier of een vijf. Niet hoog genoeg om alarm te slaan. Wel hoog genoeg om langzaam steeds minder goed voor zichzelf te zorgen.
De signalen vóór de terugval
Achteraf vertellen cliënten vaak“Eigenlijk ging het best goed.” Maar als we verder onderzoeken, blijken er toch kleine verschuivingen te zijn geweest. Er werd wat slechter geslapen. Er moest harder gewerkt worden. Er was minder tijd om op adem te komen. Er ontstond meer onrust of meer eenzaamheid. Of iemand begon ongemerkt weer gedrag te laten zien dat hij eerder juist had proberen te veranderen. In het Herstelkompas noemen we dat gedrag uit de tweede cirkel.
Op zichzelf lijken dat onschuldige veranderingen, maar samen vertellen ze vaak een ander verhaal. Misschien is dat wel de reden waarom een terugval zo vaak voelt alsof hij uit het niets komt. En als we niet kijken naar wat er gebeurde voelt dat angstig. Niet omdat hij onverwacht was, maar omdat we nog niet hadden geleerd om de eerdere signalen te herkennen. Misschien ontstaat een terugval niet op het moment dat iemand gebruikt of outact. Misschien is dat alleen het moment waarop zichtbaar wordt wat zich van binnen al veel langer aan het opbouwen was.
Reactie plaatsen
Reacties